Spoed? Bel direct met 06 47 025 037!

ADR Wetgeving

Wetgeving

ADR is de Franse afkorting voor Acoord europeen au transport international des marchendises Dangereuses par Route. Voor alle niet Fransen onder ons, dit betekend Europese overeenkomst voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg. Naast de internationale regels van de ADR heeft Nederland ook nog eigen regels over het vervoer van gevaarlijke stoffen. Deze zijn vastgelegd in de Wet Vervoer Gevaarlijke stoffen, afgekort WVGS. Daar direct onder heb je de wet Besluit Vervoer Gevaarlijke stoffen. Hierin staat hoe het transport per land, per spoor of per binnenwateren moet plaatsvinden. De wet die specifiek gaat over het vervoer van gevaarlijke stoffen is het VLG (Vervoer Gevaarlijke stoffen over Land)

Gevaarlijke stoffen:

Lang niet alle gevaarlijke stoffen vallen onder WVGS. Het gaat vooral om gevaarlijke stoffen die tijdens het vervoer bijzondere gevaren opleveren. Dan moet je denken aan de manier waarom een stof reageert met bijvoorbeeld zuurstof of een andere chemische stof (ook wel een chemische reactie genoemd).

De belangrijkste gevaren waar je rekening mee moet houden zijn:

  • Explosiviteit
  • Brandbaarheid
  • Giftigheid
  • Agressiviteit
  • Radioactiviteit
  • Heet
  • Infectueus

De gevaarlijke stoffen zijn onderverdeelt in negen verschillende gevarenklassen. Dit zijn:

1 Ontplofbare stoffen en voorwerpen (bijvoorbeeld vuurwerk en munitie)
2 Samengeperste, vloeibaar gemaakte of onder druk opgeloste gassen (bijvoorbeeld LPG, zuurstof in cilinders)
3 Brandbare vloeistoffen (bijvoorbeeld benzine en dieselolie)
4.1 Brandbare vaste stoffen (bijvoorbeeld zwavel en lucifers)
4.2 Voor zelfontbranding vatbare stoffen (bijvoorbeeld fosfor en vismeel)
4.3 Stoffen die bij aanraking met water brandbare gassen ontwikkelen (bijvoorbeeld carbid)
5.1 Stoffen die de verbranding bevorderen (oxiderend werkende stoffen) Bijvoorbeeld kunstmest
5.2 Organische stoffen (bijvoorbeeld dibenzoylperoxide)
6.1 Giftige stoffen (bijvoorbeeld landbouwbestrijdingsmiddelen)
6.2 Infectueuze stoffen
7 Radioactieve stoffen (bijvoorbeeld uranium)
8 Bijtende stoffen (bijvoorbeeld zoutzuur, salpeterzuur)
9 Diverse gevaarlijke stoffen en voorwerpen (bijvoorbeeld asbest)

Hieronder kun je de bijbehorende symbolen voor de hierboven genoemde klassen vinden.

adr_labels_400

 

De verpakking

De gevaarlijke stoffen moeten natuurlijk in een goede, sterke en beschermde verpakking zitten. Deze verpakking moeten allemaal goedgekeurd worden. In Nederland mag alleen TNO dit keuren. Voor klasse 2 mag alleen het stoomwezen de verpakking keuren. De keuring gebeurd volgens de door de UN (United Nations = Verenigde Naties) opgestelde norm. Elke verpakking moet dan ook voorzien zijn van een UN-kenmerk.

De eisen die aan de verpakking gesteld worden:

  • De verpakking moet sterk en gesloten zijn
  • De verpakking moet bestand zijn tegen normale vervoershandelingen
  • De verpakking moet schoon zijn en voorzien van gevarenetiketten (zie hierboven)
  • De stof mag de verpakking niet aantasten
  • De verpakking moet voorzien zijn van een 4-cijferig UN-nummer
  • De verpakking moet een UN-kenmerk hebben

De vereiste documenten

Een chauffeur die gevaarlijke stoffen vervoerd moet in bezit zijn van 4 á 5 verschillende documenten. Dit zijn een vervoersdocument (een vrachtbrief), een gevarenkaart, een ADR-certificaat, een keuringscertificaat en eventuele ontheffingen.

Vervoersdocument:

Een vervoersdocument is niets anders dan een vrachtbrief, alleen staan er een paar extra dingen op. De onderdelen die in ieder geval op het document moeten staan zijn:

  • de officiële naam van de stof
  • de gevarenklasse en het opsommingsnummer
  • het UN-nummer
  • het aantal colli
  • omschrijving van de inhoud
  • het brutogewicht in kilogrammen

Gevarenkaart

Een gevarenkaart, ook wel schriftelijke instructie genoemd, wordt verstrekt door de fabrikant/afzender. Op dit document staan alle belangrijke gegevens van de stof staan erop gemeld:

  • de gevarenklasse en het opsommingsnummer
  • het UN-nummer
  • de naam van de stof
  • eventuele beschermingsmiddelen
  • welke maatregelen er moeten worden genomen bij calamiteiten
  • aanwijzingen voor eerste hulp
  • het telefoonnummer van de fabrikant of afzender

Tijdens het vervoer moet de gevarenkaart op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig zijn op het voertuig. De teksten moeten behalve in het Nederlands ook in de taal van het land staan waar het transport zich bevind.

ADR-certificaat

Chauffeurs die gevaarlijke stoffen vervoeren moeten in het bezit zijn van een speciale vakdiploma: het ADR-certificaat. Dit wordt afgegeven door de CCV (de instelling die ook het CCV-B examen verzorgt) en is 5 jaar geldig. Het kan alleen verlengd worden na het afleggen van een herhalingstoets. Het ADR-certificaat is verplicht voor chauffeurs van:

  • tankwagens of tankbatterijen m et een inhoud van meer dan 1000 liter
  • tankcontainer met een inhoud van meer dan 3000 liter
  • stuksgoedwagens met een toegestane massa van meer dan 3500 kg (3.5 ton)
  • voertuigen voor vervoer van explosieve en radioactieve stoffen, waarvoor een rijbewijs C of E verplicht is.

Keuringscertificaat

Vrijwel alle vrachtwagens die gevaarlijke stoffen vervoeren moeten elk jaar gekeurd worden door de RDW. Na de goedkeuring wordt een keuringsdocument of -certificaat afgegeven dat 1 jaar geldig is. Op dit certificaat staat vermeld voor welke stoffen het voertuig (of tank) is goedgekeurd. De chauffeur moet altijd het originele certificaat bij zich hebben, een kopie is niet toegestaan.

Ontheffingen

Een voorbeeld van een ontheffing is een Ontheffing routeplicht. In sommige Nederlandse gemeenten zijn er speciale routes voor gevaarlijk transport uitgezet. Deze worden aangegeven met oranje borden met daarin een zwarte pijl. Om te laden of te lossen kan het noodzakelijk zijn om van die route af te wijken. Een chauffeur heeft dan een ontheffing van die gemeente nodig. Dit document moet moet de chauffeur dan ook bij zich hebben.

De uitrusting

In een vrachtwagen die gevaarlijke stoffen vervoerd is het vereist dat er, behalve een gevarendriehoek en een EHBO-trommel, ook de volgende onderdelen aanwezig zijn:

  • Twee brandblussers van ieder tenminste 6 kg.
  • Tenminste één wielkeg (stopblok)
  • Twee reflecterende kegels (pilonen)
  • Twee pechlampen
  • Een waarschuwingsvest
  • Een tas met gereedschap
  • Een schop en bezem

Regels voor het vervoer

Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen gelden een aantal speciale regels. Dit zijn de belangrijkste:

  • Het vervoer mag niet zonder noodzaak onderbroken worden
  • Het vervoer van bepaalde gevaarlijke stoffen door tunnels is soms verboden
  • Het meenemen van lifters of passagiers is verboden
  • Het is verboden om tijdens het laden en lossen te roken
  • Bij gladde wegen of een zicht met minder dan 50 meter geldt er een algemeen rijverbod. Voor bepaalde gevaarlijke stoffen geld al een rijverbod bij zicht van minder dan 200 meter
  • Op veerponten gelden speciale regels
  • Het rijden door bebouwde kommen zo veel mogelijk vermijden. In sommige gemeentes geldt een speciale route.
  • Bij ongevallen moeten de instructies op de gevarenkaart worden opgevolgd
  • Bij gedwongen oponthoud: de motor afzetten, de parkeerrem in werking en de hoofdschakelaar uit (indien aanwezig) Het voertuig nooit zonder toezicht achterlaten.